De pagina’s van een boek worden bij vellenoffset niet apart gedrukt (dwz pagina voor pagina), maar in grote (vouw-)vellen van 16 of 32 pagina’s.
Elk zijde van zo’n vel bestaat dan uit 8 of 16 pagina’s. Is het vel eenmaal gevouwen dan noemt men dit een katern.

Standaard worden de meeste boeken tegenwoordig gedrukt en afgewerkt aan katernen van 32 pagina’s.

Zo’n katern van 16 of 32 pagina’s wordt na het vouwen met garen aan elkaar verbonden dit noemen we genaaid gebrocheerd, of de rug wordt er na het vouwen af gefreesd waarna de verschillende katernen van het boek in het omslag worden verlijmd, dit noemen we garenloos gebrocheerd.
Lees ook het artikel: Wat is het verschil tussen een genaaid, garenloos of gebonden boek?

Dikkere papiersoorten laten zich moeilijker vouwen dan dunnere papiersoorten. Probeer zelf maar eens een ansichtkaart 3 of 4 keer te vouwen (een katern van 32 pagina’s wordt 4 keer gevouwen).
Bij zwaardere en dikkere papiersoorten kiest men daarom vaak voor een afwerking aan 16 pagina’s. Het katern wordt dan na het drukken in tweeën gesneden en als 2 katernen van 16 pagina’s verwerkt.
Uiteindelijk levert dit een mooier beeld in de rug op, maar is ook wel duurder omdat het aantal katernen dat verwerkt dient te worden hierdoor verdubbeld.

Papiersoorten als 90 en 115 grams mc, en 90 en 100 grams houtvrije offset kunnen probleemloos aan katernen van 32 pagina’s worden afgewerkt. Om bovenstaande reden adviseren wij bij papiersoorten als 120 grams hvo en ook het 90 grams opdikkend romanpapier een afwerking aan katernen van 16 pagina’s, òf een garenloze afwerking.