Dit zijn alle drie termen waarmee de verschillende manieren van afwerking van een boek worden aangegeven.
  • Bij een garenloos gebrocheerd boek wordt de rug na het drukken en vouwen van de katernen ingefreesd waarna lijm de functie van het garen overneemt.
    Door het ontbreken van garen is een garenloos boek per definitie kwetsbaarder dan een genaaid boek. Het voordeel wel is dat deze afwerking goedkoper is te produceren. Bij deze techniek zijn echter niet alle papiersoorten even goed te gebruiken. Op gladde papiersoorten zoals mc (machine coated) hecht de lijm minder goed dan op bijvoorbeeld ruw papier zoals hvo of hv roman. Het risico van loslatende pagina’s is bij gladde papiersoorten dan ook erg groot.
    Soms wordt in plaats van garenloos de term garenlas gebruikt hetgeen zou suggereren dat er garen aan te pas komt, hetgeen pertinent onwaar is.
  • Bij een genaaid gebonden boek worden de boekblokken voorzien van een harde kaft. In de praktijk is dit meestal een 2 mm dik kartonbord. Dit kartonbord kan op diverse manieren zijn afgewerkt. Met linnen bijvoorbeeld, of (kunst)leer, of worden overtrokken met een 135 grams mc papier. Dit papier wordt dan tevoren bedrukt en voorzien van een laminaatlaag. Dit noemt men dan een gebonden boek met een geheel papieren band.
    Behalve eenĀ geheel papieren band is er ook een uitvoering met eenĀ linnen band of halflinnen band. Bij een halflinnen band wordt de rug in linnen uitgevoerd en de voor- en achterzijde in papier.
  • Een genaaid gebrocheerd boek houdt in dat het boek in katernen wordt gedrukt, waarna de gevouwen katernen met garen aan elkaar worden gehecht en in een karton-achtig omslag worden gehangen. Dit is dus een boek met garen in de rug en een slappe kaft.

genaaid, garenloos, gebonden