Veelvuldig krijgt Datawyse de vraag voorgelegd hoe milieuvriendelijk het papier is dat door Datawyse wordt toegepast voor boekproducties.

Papier dat door Datawyse wordt toegepast voldoet aan alle milieueisen die er tegenwoordig aan papier gesteld worden, dat wil zeggen voldoet minimaal ECF (elementary chlorine free) certificaat.

Zeven vragen en antwoorden over de milieuaspecten van hedendaagse papierproductie

  • Welke bewerkingen ondergaat papierpulp?
    Papierpulp wordt praktisch altijd geproduceerd van houtsnippers. Deze bestaan uit vezels (cellulose) die door lignine bijeen worden gehouden. Verder bevat hout ook kleine hoeveelheden hars en aromatische oliën. Om alleen de vezel over te houden, wordt het houtvrij genoemd, omdat aan de vezels niet meer te zien is dat hout als grondstof heeft gediend. De cellulosepulp is nog bruin en moet stapsgewijs worden gebleekt.
  • Waarom is het belangrijk om de pulp houtvrij te maken?
    Houthoudend papier veroudert zeer snel, dus is alleen bruikbaar voor producten met een korte levensduur. Als een krant een paar weken in de zon ligt, is het papier verkleurd en breekt het als je het ombuigt. Er is een tijd geweest dat ook voor boeken en documenten goedkoop, houthoudend papier gebruikt werd. Veel bibliotheken worstelen daardoor met grote restauratie- en conserveringsproblemen omdat historisch waardevolle boeken dreigen te verkruimelen. Het verwijderen van de lignine en de harsen is dus absoluut noodzakelijk uit het oogpunt van houdbaarheid.
  • Hoe milieubelastend is het houtvrij maken van pulp?
    Nauwelijks. De chemicaliën worden uitgefilterd en opnieuw gebruikt. De reststoffen worden verbrand en met behulp van de warmte wordt stoom of elektriciteit geproduceerd. In moderne papierfabrieken ligt het rendement van die terugwinningsprocessen bijzonder hoog. Circa 98% van de chemicaliën wordt opnieuw benut. Sommige fabrieken halen 80% tot 90% van hun energie uit de eigen reststoffen.
  • Om pulp wit te maken moet het gebleekt worden. Komt er chloor aan het bleekproces te pas?
    Nee, dat is al geruime tijd niet meer zo in West Europa. In het verleden was chloor hét traditionele bleekmiddel bij uitstek. Chloor werd al in de 18e eeuw ontdekt en toegepast als bleekmiddel in de papierproductie, toen men nog lompen als grondstof voor papier gebruikte. Aanvankelijk droeg het grootste deel van de bevolking kleding zonder kleur, omdat geverfde stoffen erg duur waren. Door het stijgen van de welvaart, nam de hoeveelheid kleurstoffen in textiel sterkt toe. Toen bleek chloor het perfecte middel om kleur uit de lompen te verwijderen.
  • Door welke bleekmiddelen is chloor inmiddels vervangen?
    Vanwege de giftigheid van chloor is de industrie overgeschakeld op milieuvriendelijke alternatieven. De huidige bleekmiddelen in de papierindustrie zijn zuurstof (O2), ozon (O3) en waterstofperoxide (H2O2). Verder wordt ook chloorhydroxide gebruikt (CIOH). Deze verbinding bevat een chloorcomponent, maar gaat geen giftige verbindingen aan in het milieu. De moderne industrie gaat zeer verantwoord met deze stoffen om. Het bij de papierproductie gebruikte water dat de fabriek weer verlaat, moet minstens zo schoon zijn als het water dat binnenkwam. De hulpstoffen worden continu teruggewonnen en opnieuw in het proces ingezet.
  • Is chloorvrij papier minder milieubelastend dan chloorarm papier?
    Nee, dat maakt geen verschil. Chloorarm en chloorvrij zijn verwarrende termen. Ze slaan niet op het papier zelf, want daar zit sowieso nooit chloor in. Het zijn aanduidingen voor de manieren waarop de pulp is gebleekt. Chloorarm staat voor ECF (elementary chlorine free) en wil zeggen dat er geen chloor, maar chloorhydroxide is gebruikt. Chloorvrij is hetzelfde als TCF (totally chlorine free). Dat wil zeggen dat er geen chloor en ook geen chloorverbindingen aan het bleekproces te pas zijn gekomen. Uitgebreide wetenschappelijke onderzoeken, zowel in Amerika als in Zweden, hebben aangetoond dat de milieubelasting van beide processen praktisch gelijk is, en zeer minimaal.
  • Wat zijn optische witmakers en hoe veilig zijn ze?
    In de markt is er een groeiende vraag naar papier dat nog witter is dan wit. Om dat effect te bereiken kunnen na bleking ook nog optische witmakers (OBA’s = Optical Bleaching Agents) worden toegevoegd. Hiervan maakt de wasmiddelenindustrie al langer gebruik om de was witter te laten lijken (bijvoorbeeld Reckitt’s Blue). Hoewel de stoffen zelf niet wit zijn, maar blauw- of roodachtig, geven ze wel de optische illusie dat het papier witter is. (Rol een vel hagelwit papier op en kijk door de koker. Dan is een rode of blauwe glans zichtbaar). De witmakers zijn uitvoerig op schadelijkheid getest. Ze hechten zich bijzonder sterk aan de papiervezel. Voordeel is dat ze bij hergebruik van papier niet via chemische weg verwijderd hoven worden. In het recylcled papier behouden ze hun effect

Bewerkt naar “De milieueffecten van bleken en houtvrij maken”, uit “Papier spreekt” van ModoVanGelder